zondag 6 december 2009

persbericht

Minister van Innovatie Ingrid Lieten en minister-president Peeters steken mordicus het licht aan: Vlaanderen is de ideale regio voor plug-in elektrische auto’s. Vlaanderen is immers compact en dichtbevolkt, waardoor verplaatsingen kort en laadstations relatief betaalbaar zijn.

Er werd de voorbije dagen in de pers al gewezen op de schaduwzijden: het gewicht en de lange oplaadtijd van batterijen, de ontbossing voor lithium, de gigantische infrastructuurkosten, piekverbruik,... Misschien is de belangrijkste tekortkoming wel dat de energie die moeizaam en met groot verlies wordt opgeslagen voor nog geen twintig procent groen is – en het ziet er niet naar uit dat daar de volgende decennia veel verandering in komt. Samen met de autoproductie zelf en de infrastructuurwerken zet dit de milieuvriendelijkheid van elektrische wagens onder druk.

De oplossing voor duurzame mobiliteit ligt niet in het verbruiken van evenveel energie onder een alternatieve opslagvorm. De fundamentele vraag die moet gesteld worden is kernachtig: Hoe geraak ik van a naar b met een minimale impact? Het voertuig dat het minste schade toebrengt aan het milieu en de volksgezondheid, dat het minste energie verbruikt, met voldoende autonomie om zijn bestuurder veilig, comfortabel en liefst nog goedkoop ter bestemming te brengen, dàt is de personenwagen van de toekomst. Zoals de meeste fundamentele vragen is ook deze niet gemakkelijk te beantwoorden. Maar de leidraad om tot een bevredigend antwoord te komen, is eenvoudig: energie-efficiëntie.

Er zijn volgens de wetten van de fysica slechts drie manieren om een voertuig energie-efficiënter te maken: het gewicht verlagen (F=ma), de mechanische weerstand verlagen en de luchtweerstand verlagen (F=1/2 ro v² A Cw). Niet bepaald nieuwlichterij, deze principes. De tijdsgeest, die traag is, lijkt er alsnog rijp voor.

Zeer recent wordt met de Renault Twizy, Nissan Landglider, Peugeot Hymotion en Volkswagen L1 de aerodynamische efficiëntie na veel dralen ook door de mainstream constructeurs serieus genomen. Door de wagen slechts zo breed te maken als nodig neemt niet alleen de energie-efficiëntie drastisch toe, maar worden serendipisch ook de wegen plots dubbel zo breed. Begin deze eeuw werd het voortouw genomen door enkele prototypes van ondermeer Volkswagen en Loremo. De elektrische Tango van Commutercars, welbekend van celeb klanten als ‘de Amerikaanse’ George Clooney, ging in 2008 in productie. In Vlaanderen wordt echter al sinds de eeuwwisseling een ‘narrow track’ personenwagen ontwikkeld én geproduceerd: de WAW.

De WAW is een sportieve éénpersoonswagen die niet alleen aerodynamische efficiëntie tot het uiterste uitbuit maar ook extreem licht is. Het koetswerk, vrijwel volledig opgetrokken uit carbonvezel en Kevlar-composieten, is impactresistent en duurzaam. De lichtgewicht monocoque architectuur maakt het opslaan van externe energie vrijwel overbodig, hetgeen het gewicht drastisch verder reduceert. Door de synergie van ultralichte constructietechnieken en optimale aerodynamica is de WAW zodanig energie-efficient dat de energie van de bestuurder zelf volstaat. De aandrijving is dan ook gebaseerd op de sinds anderhalve eeuw evoluerende fietsmechanica, die op de meest efficiënte manier energie omzet in beweging. De auto van de toekomst op gratis biobrandstof, die niet verontreinigt, de gezondheid bevordert, niet stilvalt na 64 km (Chevy Volt), en ook nog slechts een fractie kost van de huidige (elektrische) wagens... hij bestaat, hij is voorradig en hij wordt hier gemaakt.

Maar hoe lekker rijdt dat eigenlijk, zo’n WAW? De bestuurder ligt goed beschermd tegen weer en wind in een aerodynamische strandzetelhouding. Het cabriodak van de WAW kan in enkele seconden in de koffer opgeborgen worden. Het windscherm kan aangepast worden aan de weersomstandigheden. 100 à 150 liter bagage kan verdeeld worden over de cockpit en de koffer voorin. Ook de goede ventilatie is belangrijk aangezien de motor/bestuurder een deel van zijn energie omzet in warmte. Het rijden in een WAW voelt als een combinatie van de opwinding van een cabrio sportwagen met het sportieve van een racefiets.

In verstedelijkte zones als Vlaanderen en Nederland is de deur-tot-deur snelheid van een WAW van dezelfde grootte-orde als die van een auto voor korte en middellange afstanden tot ongeveer veertig km. Niet toevallig zijn deze en omringende landen samen met de westkust van de V.S. en het zuiden van Scandinavie de belangrijkste afzetmarkten. De actieradius van een WAW is in principe niet beperkt. Een snelheid van 40 km per uur is haalbaar met een gemiddelde conditie, voor een rit van langer dan een uur gaat de snelheid omlaag.

Sommige WAWs worden puur voor de sport aangeschaft: het is prettiger en goedkoper dan een fitness center, comfortabeler en veiliger dan fietsen of joggen, een wagen op vetverbranding heeft zo zijn voordelen. Anderen zien er vooral een ecologische oplossing in voor een duurzame mobiliteit. Geen aardolie of lithium consumeren, geen lood, CO² of roet de lucht in blazen, dat lucht op.

De meeste WAWs worden ingezet voor woon-werk verkeer. Pendelaars kunnen via een aangename route door gezonde lucht, zonder file en op een voorspelbare tijd, stressvrij, veilig en comfortabel op weg. Ze zijn niet meer afhankelijk van het openbaar vervoer, hoeven geen rondjes meer te maken op zoek naar parkeerplaats, ze beginnen en eindigen de werkdag fit en ontspannen. Voor pendelaars is de aankoop van een WAW een zeer rationele beslissing. Alleen al de besparing op brandstof en gebruikskosten van de auto dekt grotendeels de aankoopsom (zie kostencalculator).

Belangrijk is ook dat de WAW in aanmerking komt voor de fietsvergoeding. In vele sectoren (bv. Vlaamse overheid, onderwijs, non-profit) krijgen werknemers een belastingvrije fietsvergoeding van 20 cent per km. Ook werkgevers in sectoren waar het niet verplicht is, appreciëren fittere werknemers en een groener imago – én de fietsvergoeding is een een aftrekbare kost zonder sociale lasten. Met de fietsvergoeding kan de WAW al vanaf vijf km woon-werk afstand meer opbrengen dan hij kost.

Het is duidelijk dat een substantiëel aantal weggebruikers de auto zouden laten staan voor een alternatief dat zowel zo goed als gratis is als milieuvriendelijk, autonoom, comfortabel en snel. Het zou dan ook een goede zaak zijn mocht de fietsvergoeding zonder beperkingen naar alle sector-CAO’s uitgebreid worden. Met deze eenvoudige en goedkope maatregel kan minister-president Peeters in een vingerknip een gedeeltelijke oplossing forceren voor een scala aan problemen en tegelijk zijn ministers van Innovatie, Volksgezondheid, Mobiliteit, Milieu én Arbeid gelukkig maken.

Kan de WAW een volwaardig alternatief zijn voor de verbrandingsauto? Misschien niet. Wie aandacht heeft voor zijn gezondheid en de planeet kan alvast de auto gewoon laten staan wanneer mogelijk. Veel hoeft het niet te kosten. Maar misschien ook wel. Met een fietsvergoeding wordt de WAW een opbrengst in plaats van een kost. Met een minimum aan infrastructuur (bv. een parkeertoren en verhuur aan het station, financieringsfaciliteiten,...) kan de WAW een krachtige factor zijn binnen een multimodale mobiliteit.

Meer info: www.fietser.be


bewawdriekwartlogo